Geschiedenis

In 1796 komen diverse stukken grond, van de gemeenschappelijke heideveld, in handen van de drost B. Sluyterman, waaronder de buitenplaats Brinkbergen. Hij laat de buitenplaats op 7 september 1797 taxeren, waarbij een naamsverandering plaatsvindt: “de Buytenplaats genaamd ’t Huys Scharweijde met zijne Heere Huijzinge, Tuijnmanswoningh, Stallinge voor 8 Paarden, Koetshuijs, Coepel & Moestuijnen, Broeyerijen, Plantagiën, Vijvers en Bosschen, staande en gelegen op den Brink onder den Gerechte van Zeyst, strekkende voor van de Utrechtse wegh tot agter aan de zogenaamde Oude Arnhemseweg, belend ten Zuidoosten de Heeren van Dam, ten Noordwesten de algemeene Heyde en Zeyster Drift, mitsgaders omtrent drie Mergen Heijveld, bekwaam gemaakt wordende ter bebouwing, leggende agter dezelve Plaats aan de andere zijde der Oude Arnhemse Wegh…”. Sluyterman moet zijn bezittingen wegens financiële moeilijkheden verkopen aan de heren De Roo en Van Dam.

Er wordt omstreeks 1807 een nieuw herenhuis gebouwd. Deze staat afgebeeld op een gravure van Mourot uit 1829. Eigenaar van “Scharreweijde” was Frans Nicolaas van Bern, van 1814 tot 1850 burgemeester van Zeist. Hij woonde zelf niet op de buitenplaats, maar op de daarnaast gelegen buitenplaats Welgelegen. Hij had het huis verhuurd aan J.W. van Loon.

In 1854 wordt de buitenplaats eigendom van Jonkvrouwe Johanna Pols, die het in 1862 of 1863 laat afbreken om er het huidige huis voor in de plaats neer te laten zetten. De bekende tuinarchitect J.D. Zocher krijgt dan de opdracht een nieuwe tuin aan te leggen in landschapsstijl, met o.a. een slingervijver en een achtkantige theekoepel. Dat het nieuwe huis fors groter is dan het vorige, blijkt wel uit het feit dat de jonkvrouwe nu f. 2.000,- belasting per jaar moet gaan betalen, terwijl dat voorheen maar f 525,- was!

Op 29 september 1875 wordt het huis in het openbaar geveild. De buitenplaast was toen 8 hectare, 8 are en 52 centiare groot. Aan de hand van de beschrijving van het huis, die toen werd gemaakt, weten we dat je huis binnen ging via een hardstenen trap van 8 treden en dat je dan in de vestibule kwam. Deze vestibule had een mooi plafond en een wit marmeren vloer. Verder vonden we op deze verdieping een dessertkamer, provisiekamer, eetkamer met toegang naar een serre, een salon met marmeren schoorsteenmantel en een zaal met behang, een fraai plafond en een witmarmeren schoorsteenmantel. Op de bovenverdieping bevonden zich grote slaapkamers, drie kleinere slaapkamers met bedsteden en een badkamer met een zinken badkuip.

De nieuwe eigenaar van het huis wordt de lakenfabrikant Daniël Cornelis Ament uit Brussel, die echter al weer snel wordt opgevolgd door de oud-minister van koloniën Isaac Dignus Fransen van de Putte. Hij kocht op 15 maart 1880 voor ƒ 85.000,– een tiental percelen aan de Utrechtseweg, waaronder de buitenplaats Schaerweijde. Rond 1900 werd het park opnieuw aangelegd door de tuinarchitect H. Copijn. Na zijn overlijden in 1902 wordt het huis bewoond door zijn nazaten. In 1908 laat de familie Fransen van de Putte het huis verbouwen door de architect Foek Kuipers uit Naarden, waarna de buitenplaats in 1922 via een veiling verkocht werd aan prof. dr. C.H.H. Spronck.

Hier bouwde hij zijn eigen laboratorium waar hij samen met zijn medewerkster, de arts Wilhelmina Hamburger onderzoek verrichtte in de strijd tegen tuberculose. Tot het einde van zijn leven bleef hij onderzoek doen. Hij overleed aan de gevolgen van een beroerte, die hem trof toen hij aan het werk was in zijn laboratorium.

Er is dan sprake van een ‘geheel naar de eischen des tijds ingericht Heerenhuis, met afzonderlijke kleine Villa, Tuinsmanswoning, Chauffeurswoning, paardenstal, rijtuigremise, autogarage, oranjerie, koeienstal met varkenshokken, warenhuis, druivenkas, rozenkas en verdere getimmerten.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt het huis niet meer particulier bewoond. Eerst wordt Schaerweijde verbouwd tot rusthuis van de Doopsgezinde Gemeente te Utrecht. Naar ontwerp van de architect H.J. Klijnstra uit Amersfoort kreeg het gebouw in 1950 – 1951 een lagere derde verdieping met afgeplat schilddak. In 1979 krijgt het huis opnieuw een andere bestemming: Het wordt een opleidingscentrum van de Pinkstergemeente.

Vervolgens werd het huis in 1993 op een niet zo’n fraaie manier gerestaureerd om als kantoorpand dienst te gaan doen. Op dit moment was het bedrijf DBV Verzekeringen in dit pand gevestigd.

In 2010 heeft een nieuw bedrijf het pand gekocht, te weten Huize Schaerweijde BV. Het beheer van het pand is aan Schaerweijde Vastgoed BV uitbesteed. In de eerste jaren na de aanschaf is het hele pand grondig aan een “opfrisbeurt” onderworpen, waarbij vooral gekeken werd naar de sterk verouderde voorzieningen en hoe het pand energiezuiniger gebruikt kan worden. Het totale pand werd voorzien van nieuwe elektriciteit, verlichting en er werd een domotica systeem aangelegd. Daarnaast werd het hele pand grondig nagekeken en opgeknapt, voorzien van nieuwe zonwering, de tuin en vijver zijn opgeknapt en nu is het een prachtig, van alle gemakken voorzien kantoorpand, met nog altijd de uitstraling zoals deze was… van een prachtig monumentaal pand.

 

Bewoners

Een lijstje met alle bewoners. vanaf het begin, tot aan de huidige eigenaar Huize Schaerweijde BV.

  • 1922 – prof. dr. C.H.H. Spronck
  • > 1945 – rusthuis
  • 1979 – opleidingscentrum van de Pinkstergemeente
  • 1993 – 4 verschillende bedrijven
  • 2010 – Huize Schaerweijde BV

Meer fotos van het pand zoals het was in tussen 1880 en 1900 zijn op de site van Het Utrechts Archief te vinden.

Bron: www.buitenplaatseninnederland.nlwww.kasteleninutrecht.euwww.dichterbijzeist.nl